Het collectieve onderbewuste

De eerste die onderscheid maakte tussen een persoonlijk en een collectief onbewuste was Jung. Naast de inhoud van het persoonlijke onbewuste ontdekte hij dat er ook een collectieve inhoud bestaat. Deze inhoud bevat voornamelijk mythologische beelden en motieven, maar ook uit geesten of zielen. Deze geesten of zielen kunnen zich al voor of tijdens de geboorte bij de mens voegen. Soms worden ze opgevat als zielen van voorouders of als stamgeesten. In mythen en sprookjes hechten we eenzelfde betekenis aan de gestalte van de tovenaar, de heks, het monster, de reus, de wijze, enzovoort. Deze figuren noemt Jung 'archetypen', omdat ze de volkomen universele en tijdloze, tot ideeen geworden oergestalten weergeven. Ze treden voornamelijk op in gebieden die buiten het ik-bewustzijn liggen, zoals tijdens transpersoonlijke ervaringen in holotropic-sessies