Ongeborene

In de warme oceaan
van de moederschoot
groei ik langzaam groot
tot ik sterk genoeg ben
om me een weg te banen
naar mijn eerste tranen
Beschermd door een schild van leer
behoef ik geen eigen verweer
ver weg van het grote mensenleed
van de wereld nog geen weet
Twee wezens in perfecte harmonie
een negenmaandse euforie
als een slapende dolfijn
zou ik altijd willen zijn

Pauline van Meegeren